De Europese verpakkingswet baart Belgische webshophouders grote zorgen. Vanaf morgen moeten ondernemers jaarlijks gedetailleerd rapporteren over de hoeveelheid verpakkingsmateriaal die zij per land op de markt brengen. Dit betreft onder meer karton, noppenfolie en opvulmateriaal. De vereisten zijn complex en leiden tot aanzienlijke administratieve lasten, met name voor kleine en middelgrote bedrijven die internationaal opereren.
Wat er gebeurt
Ingeborg D’hoker (61) uit Antwerpen, eigenaresse van een webshop in antieke kralen, staat voor een enorme uitdaging. De nieuwe wetgeving verplicht haar om jaarlijks per land nauwkeurig te rapporteren hoeveel kilo verpakkingsmateriaal ze gebruikt. "Dat is onbegonnen werk. Alleen al die jaarlijkse kost loopt voor mij op tot 15.000 euro om een paar kralen te versturen," waarschuwt ze. Deze kosten omvatten niet alleen de registratie- en licentiekosten in verschillende landen, maar ook de tijd die nodig is voor de administratie en de eventuele inhuur van gespecialiseerde diensten. Ondernemersorganisaties, zoals Unizo en Voka, hebben reeds de alarmbel geluid over de impact op de Belgische kmo's.
Hoe de verpakkingswetgeving de kleine ondernemer treft
De wetgeving is bedoeld om de verduurzaming van verpakkingen te stimuleren en afval te verminderen. Echter, voor individuele webshophouders die handgemaakte producten of nicheartikelen verkopen, kan de regeldruk overweldigend zijn. Het verschil tussen de ambities van de wet en de praktische uitvoerbaarheid voor kleine spelers is groot. Grote multinationale ondernemingen hebben vaak de middelen om aan dergelijke regels te voldoen, maar voor lokale ondernemers in Vlaanderen en Wallonië is dit vaak een onmogelijke taak.
Achtergrond
De nieuwe regelgeving vloeit voort uit een Europese richtlijn die gericht is op het bevorderen van een circulaire economie en het verminderen van verpakkingsafval. Elk lidstaat implementeert deze richtlijn op zijn eigen manier, wat leidt tot een lappendeken van nationale regels en bureaucratie. Dit maakt het voor ondernemers extra lastig om overzicht te houden en aan alle vereisten te voldoen wanneer ze naar verschillende Europese landen verzenden. De intentie is goed, maar de uitvoering creëert onbedoeld barrières voor de vrije interne markt, vooral voor kleinere spelers die niet over uitgebreide juridische en administratieve afdelingen beschikken. HLN-consumentenexperte Safia Yachou heeft onderzoek gedaan naar de gevolgen van deze verpakkingswet voor Belgische ondernemers en consumenten, en wijst op de zware financiële en administratieve druk.
Wat dit betekent voor België
De gevolgen voor de Belgische economie kunnen aanzienlijk zijn. Kleine webshops zouden gedwongen kunnen worden om hun activiteiten stop te zetten of zich te beperken tot enkel binnenlandse verzendingen, wat hun groeipotentieel ernstig beperkt. Dit kan leiden tot verlies van innovatie en concurrentievermogen. Ondernemersorganisaties, waaronder Unizo en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) (hoewel de FAVV zich richt op voedselveiligheid, hun algemene missie van het waarborgen van de naleving van voorschriften in brede zin overlapt hier met de kritiek op regelgeving), spreken van een 'administratieve pesterij' en dringen aan op vereenvoudiging en harmonisatie van de regels op Europees niveau. Zonder aanpassingen dreigt de nieuwe wet de diversiteit van het Belgische MKB, een belangrijke motor van de economie, te ondermijnen.
De primaire bron voor dit nieuws is HLN, zoals vermeld in het artikel. "Dat is onbegonnen werk. Alleen al die jaarlijkse kost loopt voor mij op tot 15.000 euro", waarschuwt Ingeborg D’hoker.

